Vragen stellen
Vragen stellen is een
belangrijk onderdeel van intervisie. Er zijn 2 soorten vragen: gesloten/gerichte
vragen en open vragen.
Gesloten/gerichte vragen
Open vragen
De antwoordgever moet zelf het antwoord bedenken.
Denkprocessen worden daardoor op gang gebracht: Wat gebeurde er nadat je
collega woedend de deur uit stormde?
De meeste open vragen beginnen met een W:
- Wat…
- Wie…
- Waar…
- Welke…
- Wanneer…
- Waartoe…
- Welke wijze...
- Waardoor…
- Waarom…
- Hoe…
De waarom-vraag is een goede
vraag, maar wordt vaak ervaren als een verantwoording. Het effect kan zijn dat
mensen heel emotioneel reageren. Probeer daarom waaromvragen zo neutraal
mogelijk te stellen. Daarbij is de toon van stem en de expressie van je gezicht
belangrijk. Formuleer de vragen vanuit een positieve intentie!
Een gesloten vraag is soms
nodig om feitelijkheden vast te stellen (klopt het dat….?). Een waarom-vraag
vraagt, mits neutraal gesteld, naar de reden van een actie. Twee soorten vragen
die bij intervisie niet het juiste effect zullen hebben zijn suggestieve vragen
en kritische vragen:
Twee andere vragen die vermeden moeten worden bij intervisie:
Een voorbeeld van een samengestelde vraag ofwel
meerdere vragen tegelijk stellen is: Kun je me vertellen hoe je dat aangepakt
hebt? Met wie heb je dat bijvoorbeeld gedaan en
heb je de aanpak zelf bedacht?Een samengestelde vraag bevat vaak het woordje
en.
Het stellen van meerdere vragen komt vooral voor als de
vraagsteller niet meteen een antwoord krijgt of de ander ziet fronsen.
Voorkomen samengestelde vraag: Meerdere vragen tegelijk stellen kun je voorkomen door
heel bewust een stilte te laten vallen na het stellen van een vraag. Als iemand
niet meteen antwoord kan geven, komt dat vaak doordat de vraag hem aan het
denken heeft gezet. Het is dus een goede vraag geweest!
Een voorbeeld van de of-vraag is: Toen je daarnet naar
buiten liep, was dat om het vuilnis buiten te zetten of om de fiets in de garage
te zetten?De beantwoorder krijgt twee opties die mogelijk beide niet juist zijn.
Daarbij zijn het twee gesloten vragen.
Voorkomen van de of-vraag: voor een deel doe je hetzelfde als bij de
samengestelde vraag. Probeer dus maar één vraag tegelijk te stellen en zorg dat
het een open vraag is. Vraag of iemand anders je er steeds op wilt wijzen als je
een of-vraag stelt.
Vier soorten open vragen:
Verduidelijkende vragen
Je wilt meer informatie over het
onderwerp. Je vraagt dan:
Creatieve vragen
Je wilt dat de ander zich openstelt voor
nieuwe mogelijkheden. Je vraagt dan:
Procesgerichte vragen
Je wilt weten hoe het komt dat de
prestatie niet voldoet. Je vraagt dan:
Empathische vragen
Je wilt weten wat het effect is voor de
ander op een gebeurtenis. Je vraagt dan:
Samengevat
Vermijd
Wel
Nog eens op een rijtje
|
Gesloten |
Open |
|
Kern
|
|
|
antwoord: ja/nee of kort
deelnemers doen het werk |
ruimte voor eigen inbreng
probleeminbrenger doet het werk |
|
Voordelen |
|
|
- snelle, heldere info
- duidelijk en
concreet
- checken van
informatie
- makkelijk te
beantwoorden |
- probleeminbrenger
kan veel kwijt
- persoonlijker
betrokken
- meer info dan
verwacht |
|
Nadelen |
|
|
- afstandelijk
- denken van deelnemer
overheerst
- vraaginbrenger kan
zich verstoppen |
- ongestructureerde
info
- begeleider raakt
draad kwijt
- onzekere
probleeminbrenger raakt in de war |
|
Wanneer te gebruiken |
|
|
- gesprek kort houden
- zakelijke gegevens
nodig
- strakke leiding
nodig |
- oriëntatie,
probleemverkenning
- relatie opbouwen
|
|
Te vermijden vragen |
Liever |
|
Waarom?
-
cognitief
( beredenerend, sociaal wenselijk)
- klinkt beschuldigend
- perkt
antwoordmogelijkheden in
Meer vragen tegelijk
-
zaait verwarring |
Wat?
Hoe?
- houdt ruimte over
voor gevoel en oordeel
Ruimte gevende vraag - laat leerling eigen verhaal vertellen
Vragen
stuk voor stuk
- bevordert
duidelijkheid
|
|
Oneigenlijke vragen |
Liever |
|
Suggestieve vraag
- is eigenlijk een
bewering |
Geef
gewoon je boodschap
- verantwoordelijk
zijn voor je eigen mening |